Wanneer heb je een losse laadkabel nodig?
Waar je laadt bepaalt of je zelf een laadkabel moet aansluiten. Bij veel openbare AC-laadpalen in Nederland en Europa gebruik je je eigen Type 2-laadkabel. Ook thuis kun je een losse laadkabel gebruiken als je wallbox of laadpaal geen vaste kabel heeft.
Heeft je laadpunt thuis een vaste kabel, dan hoef je daar natuurlijk geen aparte kabel voor aan te sluiten. Bij DC-snelladers zit de zware snellaadkabel normaal gesproken ook al aan het laadstation vast.
Wat is een Type 2-laadkabel?
Type 2 is de gangbare aansluiting voor AC-laden bij moderne elektrische auto's in Europa. Bij veel openbare laadpalen zit geen vaste kabel aan de paal. Je gebruikt dan een losse Type 2-kabel om de auto met het laadpunt te verbinden.
Bij een standaard Type 2-naar-Type 2-kabel zit aan beide uiteinden een Type 2-stekker: één voor de laadpaal en één voor de auto. Tijdens het laden worden de stekkers normaal gesproken vergrendeld.
Heb je een eigen CCS-kabel nodig?
Normaal niet. Bij DC-snelladers zit de dikke CCS-kabel aan het laadstation vast. Je sluit die rechtstreeks aan op de CCS-aansluiting van de auto.
Een losse laadkabel in je koffer is dus vooral bedoeld voor regulier AC-laden. Lees AC-laden versus DC-laden als je het verschil tussen Type 2 en CCS beter wilt begrijpen.
Welke kabel past bij het laadvermogen van je auto?
Kijk eerst naar het maximale AC-laadvermogen van je auto. Veel EV's laden bijvoorbeeld met maximaal 7,4 kW, 11 kW of 22 kW op wisselstroom. De kabel hoeft niet exact gelijk te zijn aan dat vermogen, maar moet het benodigde vermogen wel veilig kunnen ondersteunen.
Gebruik je een kabel die méér aankan dan de auto, dan is dat geen probleem. De auto neemt niet automatisch meer vermogen af dan zijn boordlader accepteert.
Weet je niet welk AC-laadvermogen jouw auto ondersteunt? Controleer dan de technische specificaties of handleiding van de auto. Let daarbij specifiek op het maximale AC-laadvermogen; het maximale DC-snellaadvermogen is voor de keuze van je losse Type 2-kabel niet relevant.
1-fase of 3-fase laadkabel?
Een 1-fase kabel transporteert stroom via één fase. Een 3-fase kabel kan drie fasen benutten als zowel auto als laadpunt dat ondersteunen. Daardoor kan een 3-fase kabel hogere AC-laadvermogens mogelijk maken.
Voor veel moderne EV's met een 11 kW-boordlader is een 3-fase Type 2-kabel de logische keuze. Heeft je auto alleen een 1-fase boordlader, dan levert een 3-fase kabel op zichzelf geen hogere laadsnelheid op.
16A of 32A kiezen?
Naast het aantal fasen bepaalt het maximale amperage hoeveel stroom de kabel veilig kan vervoeren. Veel laadkabels zijn geschikt voor 16A of 32A.
Een 32A-kabel kan meer stroom verwerken dan een 16A-kabel, maar is vaak dikker en zwaarder. Heb je die extra capaciteit niet nodig, dan kan een lichtere kabel prettiger zijn in dagelijks gebruik.
Overzicht van veelgebruikte AC-vermogens
| Configuratie | Theoretisch vermogen | Typisch gebruik |
|---|---|---|
| 1-fase 16A | Ongeveer 3,7 kW | Langzaam AC-laden |
| 1-fase 32A | Ongeveer 7,4 kW | Veel 1-fase EV's |
| 3-fase 16A | Ongeveer 11 kW | Veel moderne EV's |
| 3-fase 32A | Ongeveer 22 kW | Auto's die 22 kW AC ondersteunen |
Dit zijn theoretische vermogens. De daadwerkelijke laadsnelheid wordt altijd bepaald door de zwakste schakel: laadpunt, kabel of boordlader van de auto.
Welke kabellengte is handig?
Een korte kabel is lichter, neemt minder ruimte in en is makkelijker schoon te houden. Een langere kabel geeft juist meer vrijheid wanneer de laadpoort aan de andere kant van de auto zit of wanneer je niet strak naast de laadpaal kunt parkeren.
Denk bij de keuze aan situaties waarin je schuin parkeert, achteruit inparkeert of de laadpaal net voor of achter de auto staat. Kijk ook waar de laadpoort van je huidige auto zit. Een kabel die thuis precies lang genoeg is, kan bij een andere openbare laadplek ineens onhandig kort blijken.
Kies daarom liever wat praktische marge dan een kabel die alleen in de ideale parkeersituatie past. Tegelijk is langer niet automatisch beter: extra lengte betekent ook meer gewicht, meer ruimte in de kofferbak en meer kabel op de grond.
Rechte of spiraalkabel?
Een rechte kabel is eenvoudig, relatief makkelijk op te bergen en trekt minder hard aan de laadpoort. Een spiraalkabel blijft compacter op de grond, maar kan zwaarder aanvoelen en staat onder lichte spanning wanneer hij wordt uitgerekt.
Welke vorm prettiger is, is vooral een gebruikskeuze. Let belangrijker op het juiste stekkertype, fase, amperage en voldoende lengte.
Waar let je op bij veiligheid en kwaliteit?
- Gebruik een laadkabel die expliciet bedoeld is voor EV-laden.
- Kies een kabel die geschikt is voor het benodigde aantal fasen en amperage.
- Controleer stekkers, contacten en kabelmantel regelmatig op beschadigingen.
- Rijd niet over de kabel en voorkom scherpe knikken of langdurige mechanische belasting.
- Houd stekkers vrij van vuil en vocht voordat je ze aansluit.
- Volg altijd de aanwijzingen van de auto- en kabelfabrikant.
Laadkabel opbergen en schoon houden
Een laadkabel ligt tijdens openbaar laden regelmatig op natte of vieze bestrating. Berg hem daarom niet los tussen je bagage op. Een eenvoudige kabeltas of aparte plek in de kofferbak houdt vuil en vocht beter uit de rest van de auto.
Controleer bij het oprollen meteen of de mantel en stekkers nog onbeschadigd zijn. Trek de kabel niet strak in kleine lussen en berg hem bij voorkeur op zonder scherpe knikken.
Mobiele lader voor een stopcontact
Sommige elektrische auto's kunnen met een geschikte mobiele laadkabel via een regulier stopcontact laden. Dit gaat met een relatief laag vermogen en duurt daardoor lang.
Een gewoon stopcontact is niet automatisch bedoeld voor langdurig laden op hoge belasting. Gebruik een dergelijke oplossing daarom alleen volgens de instructies van de fabrikant en laat bij twijfel de elektrische installatie beoordelen.
Zie zo'n mobiele lader vooral als een aparte laadoplossing en niet als vervanger voor het kiezen van een Type 2-kabel voor publieke laadpunten. Wil je weten welke mogelijkheden je thuis hebt? Lees dan meer over thuisladen.
Zo kies je stap voor stap de juiste laadkabel
- Bepaal of je een losse kabel nodig hebt.
Voor veel openbare AC-laadpalen neem je zelf een kabel mee; bij DC-snelladers zit de kabel normaal aan het station. - Controleer de aansluiting van je auto.
Voor moderne Europese EV's is dat voor regulier AC-laden meestal Type 2. - Bekijk het maximale AC-laadvermogen.
Controleer hoeveel kW de auto via AC kan verwerken. - Controleer 1-fase of 3-fase en het amperage.
Zo weet je welke kabelcapaciteit bij je auto en gebruik past. - Kies voldoende kabellengte.
Houd rekening met verschillende parkeerposities en de plaats van de laadpoort. - Denk aan dagelijks gebruik.
Gewicht, soepelheid en makkelijk opbergen zijn uiteindelijk net zo praktisch als maximale capaciteit.
Veelgestelde vragen
Kan een 22 kW-laadkabel op een auto die maximaal 11 kW laadt?
Ja. Als stekkertype en specificaties geschikt zijn, kan een zwaardere laadkabel worden gebruikt. De auto neemt niet meer vermogen af dan hij zelf ondersteunt.
Heb je een eigen kabel nodig bij een snellader?
Normaal niet. Bij CCS-snelladers zit de DC-laadkabel doorgaans vast aan het laadstation.
Is een 3-fase Type 2-kabel beter dan een 1-fase kabel?
Een 3-fase kabel is flexibeler wanneer je auto en laadpunt 3-fase AC-laden ondersteunen. De daadwerkelijke laadsnelheid blijft afhankelijk van de zwakste schakel in de combinatie van auto, laadpunt en kabel.
Welke lengte laadkabel is handig?
Dat hangt af van je parkeer- en laadlocaties. Een langere kabel geeft meer bereik rond de auto, terwijl een kortere kabel lichter en makkelijker op te bergen is.
Conclusie
Voor de meeste moderne Europese EV's is een Type 2-kabel de belangrijkste losse laadkabel. Kijk bij de keuze niet alleen naar de stekker, maar vooral naar het maximale AC-laadvermogen, 1-fase of 3-fase, 16A of 32A en een praktische kabellengte. Een kabel met meer capaciteit dan je auto nodig heeft kan prima, maar hoeft niet de lichtste of handigste keuze te zijn.
